Eerdere herkenning van aortawand- en aneurysmascheuren. Dat willen de onderzoekers van de Leidse RADAR-studie bereiken. Op de voorjaarscontactdag van de Contactgroep Marfan gaf Jos Westenberg, MRI-fysicus en wetenschappelijk onderzoeker in het Leids Universitair Medisch Centrum, een presentatie over het onderzoeksproject. Hij beantwoordde ook vragen van leden van de patiëntenvereniging.

De RADAR-studie is een door de Nederlandse Hartstichting gesubsidieerd onderzoek dat in het LUMC, TU Delft en Maastricht Universitair Medisch Centrum wordt uitgevoerd. RADAR verwijst naar de Engelse afkorting van het onderzoek: “Earlier Recognition of Aortic Dissection and Aneurysm Rupture”. De Nederlandse vertaling daarvan is: “Eerdere herkenning van aortawand- en aneurysmascheuren”. De projectleider is prof. Hildo Lamb, radioloog in het LUMC. Hij voert het project uit samen met dr. Jos Westenberg van de afdeling Radiologie en dr. Arthur Scholte, cardioloog in het LUMC. In Delft werken dr. Sasa Kenjeres, een specialist in stromingsmodellering, en in Maastricht cardioloog dr. Simon Schalla aan het project. In het onderzoek staat de aorta centraal.

De aorta is de grootste slagader in het lichaam die vanuit het hart ontspringt en waarlangs bloed naar het gehele lichaam stroomt. Een aorta-aneurysma is een plaatselijke verwijding van het bloedvat die vaak lange tijd geen klachten geeft bij de patiënt en daardoor niet snel wordt ontdekt. Deze situatie kan levensbedreigend zijn. Het aneurysma kan verder groeien en uiteindelijk leiden tot een dissectie, waarbij de binnenwand van de aortavaatwand loslaat. Of het kan leiden tot een scheur van de buitenwand, waardoor er een slagaderlijke bloeding ontstaat, meestal met een plotse dood tot gevolg. De RADAR-studie heeft als doel om zulke zogenoemde aorta-aneurysmata of dissecties eerder te ontdekken, nog voordat ze ontstaan, en beter te voorspellen wanneer een aneurysma bij de patiënt via een operatie moet worden verholpen. De verwachting is dat hierdoor het aantal gevallen van plotse dood door het scheuren van de aortavaatwand sterk kan worden teruggedrongen.

Enkele statistieken over aorta-aneurysmata

In Nederland wordt 5 procent van alle gevallen van plotse dood veroorzaakt door een gescheurde vaatwand in de buikaorta, die weer het gevolg is van een aneurysma. Er zijn zo’n 300.000 patiënten in Nederland met een aneurysma in de buikaorta. Dagelijks overlijden er in Nederland gemiddeld meer dan twee mensen per dag aan deze aandoening. Daarnaast wordt er in Nederland elk jaar bij zo’n 1700 mensen een aneurysma in de aorta in de borstkas ontdekt. Dit gebeurt net iets vaker bij mannen dan bij vrouwen, maar het sterftecijfer ten gevolge van deze aandoening ligt bij vrouwen weer iets hoger. Patiënten met het Marfan syndroom hebben een verhoogd risico op een aneurysma van de aorta in de borstkas, dus voor deze mensen is de RADAR-studie van groot belang.

Zoals gezegd worden aorta-aneurysmata meestal per toeval ontdekt, wanneer een patiënt een MRI-, CT- of echografisch onderzoek ondergaat vanwege een andere klacht. De reden hiervoor is dat een aneurysma zelf vaak niet, of pas laat, tot klachten leidt en de aandoening vaak niet door artsen wordt herkend bij de klachten die de patiënt heeft. Wanneer het aneurysma is ontdekt, wordt er geregeld een MRI- of CT-opname gemaakt om zo de groei van het aneurysma te volgen en indien nodig, op tijd chirurgisch in te grijpen.

Op dit moment worden de mate van groei en de maximale diameter van het aneurysma als maat gebruikt door de cardioloog om te beslissen of er chirurgisch moet worden ingegrepen. Voor een aneurysma in de aorta net na het hart wordt een diameter van 5,5 cm genomen als maximale maat voordat er wordt ingegrepen. Omdat patiënten met het Marfan syndroom een hoger risico op scheuren van het aneurysma hebben, ligt deze drempel voor hen iets lager, namelijk op 5,0 cm.

Aortadiameter als maat niet betrouwbaar genoeg

Het meten van de maximale diameter van het aneurysma is echter niet een heel nauwkeurige manier voor een arts om te besluiten of hij wel of niet moet opereren. Soms scheurt een aorta al bij een veel kleinere diameter. Daarom is het nodig dat er ook andere medische gegevens over de patiënt in kaart worden gebracht, die een aneurysma of binnenwandscheur mogelijk kunnen voorspellen. Die andere gegevens zijn de lokale bloeddruk in de aorta, de elasticiteit van de vaatwand en de stroming van het bloed in de aorta. Afwijkende patronen in de bloedstroming en een plaatselijk verhoogde bloeddruk kunnen druk op de vaatwand uitoefenen, waardoor deze plaatselijk stijver wordt en uiteindelijk kan verwijden en uitgroeit tot een aneurysma. In de RADAR-studie wordt onderzocht of deze gegevens de cardioloog kunnen helpen het ontstaan van een aneurysma of dissectie beter te voorspellen. Hiervoor heeft de onderzoeksgroep MRI-technieken en computermodellen ontwikkeld. Om te onderzoeken welke verschillen in bloedstroming, bloeddruk en vaatwandelasticiteit van belang zijn voor het ontstaan van een aneurysma, zullen metingen bij patiënten worden vergeleken met metingen bij gezonde vrijwilligers zonder aneurysma.

Oude metingen opnieuw onder de loep

Het LUMC beschikt over MRI-beelden van tien jaar geleden. Zo’n zestig patiënten met het Marfan syndroom en vijftig andere patiënten met verhoogd risico op een aneurysma in de borstkas werden toen met MRI onderzocht. De vaatwandstijfheid en de bloedstroming werden toen al gemeten. Deze metingen van tien jaar geleden bekijken de onderzoekers nu opnieuw, met het nieuwe beeldanalysesysteem. En patiënten krijgen nu, tien jaar later, opnieuw een MRI. Daarmee hoopt het onderzoeksteam een model te kunnen ontwerpen waarmee toekomstige aneurysmata en dissecties kunnen worden voorspeld.

Screeningsprogramma

Het uiteindelijke doel is dat dit model als een nieuw screeningsprogramma kan worden gebruikt. Daarmee kan er voor elke patiënt, van wie ooit een afbeelding van de aorta met MRI of CT is gemaakt en een meting van de bloedstroming is gedaan met MRI of echo, het risico op het ontstaan van een aneurysma of dissectie worden voorspeld. Dit gaat uiteindelijk veel betekenen voor de sterftecijfers ten gevolge van aorta-aneurysma en dissectie. De verwachting is dat het aantal niet-ontdekte aneurysmata kan worden teruggedrongen en het aantal patiënten dat plotseling overlijdt ten gevolge van een scheuring, kleiner wordt. Ook kan met deze methode het aanslaan van therapie beter worden gemonitord en kan het moment waarop een aneurysma chirurgisch moet worden weggehaald, beter worden gepland. Deze nieuwe techniek zal uiteindelijk hopelijk de kwaliteit van leven van patiënten verbeteren en veel onrust wegnemen bij patiënten die risico lopen op een aneurysma, zoals patiënten met het Marfan syndroom.

Ontvang onze nieuwsbrief